22. De oudste generaties der familie Stakenburg (1961)

door: Dr. A. J. Teychiné Stakenburg (1961)

Er is geen enkel bewijs gevonden dat de Jan I van Westerwijk, verwant is met de familie Stakenborch. Wel zijn er daarvoor vermoedens. Zo is het merkwaardig dat Hilvarenbeek ook de bakermat was van Mathijs I (van) Stakenborch. Hij erfde- via moederskant- de heerlijkheid Bascot of Bo(e)scot. thans de buurtschap Baarschot onder Diessen. De zoon van Mathijs I, Mathijs II, noemde zich later Van Boescot.

In het overzicht van het nageslacht van Mathijs I staat een Jan,deze wordt slechts in een akte van 15 maart 1369 genoemd en van wie verder niets bekend is. Deze Jan zou identiek kunnen zijn aan Jan I van Westerwijk. Jan van Westerwijk heeft drie zoons, Mathijs, Hendrik en Willem van Westerwijc. In de Bosse akten wordt Hendrik steeds Henrices Stakenborch filluis quondam Joannis de Westerwijc genoemd. Een keer wordt zijn moeder Bertha daarin genoemd. Joannes(Jan van Westerwijk was een Stakenborch of aan hen verwant. 

Was er in Hilvarenbeek en omgeving dus toch relatie tussen Stakenborch van Boescot en Stakenburg? Onze gedachten in deze richting worden versterkt door het feit dat Jan van Westerwijcs dochter Kathelijn gehuwd was met Mathijs van Vladeracken, wiens familie haar stamhuis Vladeracken onder Someren bezat, daar lag ook de heerlijkheid Stakenburg. En er komt nog iets bij, Jan Daniels van Vladeracken klaarblijkelijk broer van Mathijs, maakt volgens een Bosse schepenakte van het jaar 1403 bezwaar tegen verkopingen, vervreemdingen en schuldverbintenissen, gedaan door de kinderen van Mathijs van Boescot Stakenborch, Hendrik Stakenborch, Reyner Haengrave, Willem van Boescot, Elisabeth en Ermgart. De zoon Jan uit de akte van 1369 wordt hier niet (meer) genoemd, was hij al overleden?. De conclusie uit deze akte van bezwaarmaking kan zijn, dat de broers Jan en Mathijs van Vladeracken familie waren van de kinderen van Mathijs van Boescot Stakenborch. Maar dan is daarmee tevens aannemelijk geworden dat Van Westerwijk Stakenburg met deze samenhangt. Opnieuw vragen wij ons af, zijn Jan I Van Westerwijk en Jan (zoon van Mathijs II) van Boescot een en dezelfde persoon?

Te Hilvarenbeek zijn in de Middeleeuwen meer families gevestigd die zich naar hun bezittingen in de buurtschap Westerwijc noemen, zo ook de Ottens, Van Thuldens, Wijtens. Naar de gehuchten De Biest en de De Voort, waar zij goederen bezaten, worden zij ook wel als Van der Biest en Van der Voirt vermeld. Het hertogelijk cijnsboek van Mierde uit 1521 bevat daar vele voorbeelden van. Dat maakt het zoeken vanzelfsprekend niet gemakkelijker.

Ook de oudste twee cijnsboeken van Hilvarenbeek (1340 en 1380) vertonen hetzelfde verschijnsel. In dat van 1340 troffen wij aan, “Joannes de Westerwijc, consanguineus Lucae, de novo 6 denarii” in het andere, “Joannes de Westerwijc consanguineus Lucae VI denarii de novo” , waaraan is toegevoegd, “de pecia terrae dicta Eijkenstucxen iuxta Vekenstat” (= een plaats, waar een hek staat). Dat de hier Jan van Westerwijk onze oudste voorvader is, blijkt uit een later Beeks cijnsboek over de perode 1521-1565, “de hereditate Godefridi filii Henrici Stakenborch de petia terrae dicta Eijckenstucsken juxta Vekenstat. Deze Goyart Hendriksz. heeft in onze genealogie immers een vaste plaats als kleinzoon van generatie I. Rest de vraag wie Luca(s)was, de meeste andere cijnsbetalers komen in de registers met de vermelding van hun vaders naam voor, bv “Joannes filius Mathyae de Bascot:, maar alleen Jan van Westerwijk heeft het raadselachtige “consanguineus Lucae” achter zijn naam. De enige Luca(s) die genoemd wordt, is Luca(s) van der Voirt, die dan wellicht een neef of nicht van Jan van Westerwijk geweest zal zijn.

Voorlopig helpen deze sporen ons niet uit het doolhof der veronderstellingen, want het blijven inderdaad hypothesen, ook indien men het “Latijnsboek” opgemaakt na 1312 (het overlijdensjaar van Jan II van Brabant) en met wijzigingen lopend tot circa 1350 te hulp roept, waarin het oog viel op de volgende vermelding “Johannes filius Johannis Sambels, petiam unam terrae jacentem apud Westerwijc in parochia Hildewairdenbeke, supra quam possunt seminari V lopini sigilinis, valentes annuatim modium sigilinis,et III lopinos, mensure de Bosco, in villicatione de Oesterwijk. Johannes, filius Wilhelmi de Westerwijc, tenet modo”. En Welvaarts wees ons op een charter te Postel d.d. 8 mei 1369, volgens wat de broers Jan van Marselis van Westerwijc bepaalde goederen, gelegen te Wolfswinkel onder Bladel aan het Godshuis schenken. In beide gevallen is derhalve sprake van een Jan van Westerwijk, die een Willem tot vader had. Indien wij hier inderdaad op het spoor van onze generatie I zouden zijn, kunnen wij ons toch blijven afvragen waarom de cijnsboeken van Hilvarenbeek over Jan I dan niet, in plaats van “consanguineus Lucae”, spreken van “filius Wilhelmi” te meer waar de naam Van Westerwijk, zoals gezegd, veelvuldig voorkomt.

Bron: "De Familie Stakenburg" door Dr. A.J. Teychiné Stakenburg (1961)