17. De naam Ro(o)vere

Ontstaan van de naam de Ro(o)vere

1.De eerste van Rode die de naam de Rover kreeg, was Emon(d)t (1162/1165-1222). Hij dankt die aan zijn overwinning op de bisschop van Utrecht. Emont was legeraanvoerder van Hendrik II, graaf van Cuijk, en had de leiding in oorlogshandelingen in 1167 tegen Boudewijn II van Holland, die bisschop van Utrecht was, zijn optreden op het Utrechtse platteland, waar hij veel buit maakte zou hem de bijnaam "de Roovere" hebben bezorgd, een naam die sindsdien door de familie blijvend gevoerd zou zijn. Vermoedelijk was hij ook de eerste die het wapen met de molenijzers voerde. Het zou heel goed kunnen dat alle geslachten met molenijzers in het wapen afstammelingen zijn van het geslacht de Rover (en dus ook van het geslacht van Rode), hoewel het ook het wapen is van het kwartier Peelland van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch; bij de Rover is de achtergrond van keel (heraldisch rood), bij het wapen van Peelland zijn de molenijzers van keel. Bij het ontstaan van het geslacht de Rover werd vaak ook nog de naam van Rode gebruikt, bijvoorbeeld bij het geslacht van Mierlo; dat had aanvankelijk een wapen met drie molenijzers van keel op een vlak van zilver, net als het geslacht van Montfoort. Heraldieke Bibliotheek In de Heraldieke Bibliotheek 1876 lezen we op blz. 227: De oude adelijke geslachten die de drie molenijzers voeren, zijn, door de jongere zonen en de afstammelingen van de graven van Rode gesticht en naar de naam van Dorpen, Gehuchten, Buurten of landgoederen onder ‘t oude Taxandria gelegen, genoemd. Toch bleven er ook afstammelingen van de graven van Rode andere wapens voeren, zo blijkt uit de informatie van de illustere Lieve Vrouwe Broederschap. Er volgt dan een opsomming van namen op blz. 229 waarbij aan Van Mierlo drie rode molenijzers in zilver worden toegeschreven.

2.Volgens Hans Vogels (historicus) is de naam de Roovere ontstaan als roepnaamvariant van Roelof van Rode. Heer Hendrik van Rode, ridder en heer van Mierlo, was de zoon van voornoemde Roelof alias Rover van Rode. Derhalve zal hij wel eens als Hendrik Rover(-szoon) zijn aangeduid. Ook zijn broers Herbert, Rutger en Arnold zullen met dit patroniem zijn betiteld.

3.Er zijn ook bronnen die het geslacht de Rover niet terugvoeren op het geslacht van Rode. Zo zou er al een Radbout en Otto, bijgenaamd de Roover, voorkomen in de 9e en 10e eeuw, dit is echter uiterst onwaarschijnlijk en in tegenspraak met de overgrote meerderheid van de bronnen, onder meer omdat de voornamen Emon(d)t en Arnold (of Arnoud,Arnulf)) bij beide geslachten voorkomen.