4. Baardwijk

Baardwijk is een wijk in de stad Waalwijk. Baardwijk was oorspronkelijk een dorp tussen Waalwijk en Drunen en lag op het grondgebied van Holland. Terwijl Waalwijk in 1232 overging naar Brabant, bleef Baardwijk Hollands tot 1814, toen het werd toegevoegd aan de provincie Noord-Brabant. Tot 1922 was het dorp een zelfstandige gemeente, waarna het een onderdeel van de gemeente Waalwijk werd.

De geschiedenis van Baardwijk gaat ten minste terug tot de middeleeuwen.

Ongeveer 1140 zou al het hangveen onder Baardwijk geheel zijn afgegraven. De voorganger van abt Rodulf van de proosdij Sint Truiden van 1108-1138, had een geschil met Arnold van Rode, Heer van Rode, om Baardwijk. In 1108 werd deze plaats voor het eerst vermeld als Barduwich in Teisterbant. Het stuk waarin Barduwich in voor komt is in 1136  geschreven door abt Rodulf en luidt: 

Onder de landerijen waarover we vroeger de beschikking niet hadden, maar die ik verwierf, vermeld ik de tiendheffing te Barduwich in Teisterbant, ze brengt slechts anderhalve mark per jaar op, die ik bestemde voor onze jaarlijkse verplichtingen tegenover de bisschop van Mettis (Metz), de tiendplichtige werd voor de meeropbrengst leenman van de abt. Het was een edelman, de hardvochtige Arnulf van de burcht van Rode, die de functie op zich had genomen, tegen hem had mijn voorganger abt Diederik(1099-1107) lange tijd vergeefs strijd gevoerd, want hij (Arnulf) beweerde het leen te houden van de bisschop van Trajectum (Utrecht). Ik begon een langdurige proces tegen hem, dat mij herhaaldelijk noopte naar het hof van Keizer Hendrik V (1105-1125) te gaan. Dat was wel vermoeiend, maar opgeven deed ik niet. Na een geldelijke regeling tussen mij en deze tiran, werd de tiend mij uiteindelijk aan het hof van de keizer te Aken toegewezen.

 Baardwijk bezat toen mogelijk al een kapel. In 1272 werd een nieuwe kerk gesticht.