35. Bois(s)chot > Baarschot

uit: De geschiedenis van Diessen / IV Ontluikend Diessen

Geheel in nevelen gehuld blijft de herkomst van de heerlijkheid Boischot, waarmee mogelijk Baarschot is bedoeld. Op het einde van de dertiende eeuw was Matheus de Boischot heer van die gelijknamige heerlijkheid. Boischot zou dan onder Hilvarenbeek gelegen zijn. Zijn dochter huwde in 1306 met Willem van Stakenborgh. Het derde kind uit dat huwelijk, Matheus van Stakenborgh, zou de heerlijkheid Boischot hebben geërfd. Op welke wijze deze heerlijkheid is kunnen ontstaan tussen de machtsblokken van de hertog van Brabant en de prins-bisschop van Luik is mij een raadsel. Ook over de teloorgang van de heerlijkheid tasten we volledig in het duister. Kortom, het lijkt onwaarschijnlijk dat met de heerlijkheid Boischot het gebied Baarschot onder Hilvarenbeek is bedoeld.

Boeschot en Baeschot: door F.W. Smulders

In het boekje “de familie Stakenburg”(Rotterdam 1961) vindt men een vereenzelviging van ‘goed BOESCOT (Asten) met de herdgang BAESCOT (nu Baarschot te Diessen(blz.3) deze vereenzelviging is taalkundig onmogelijk: BOSCOT is niet hetzelfde als BASCOT. Mathijs van Stakenborch alias van BOESCOT bezit het goed BOESCOT te Asten. Hij leefde in ’t midden van de 14e eeuw. ’t Ligt voor de hand, dat zijn vader Mathijs van Stakenborgh ook dat goed BOESCOT te Asten bezat, ook al had deze ook goederen te Hilvarenbeek. Als dat goed te Asten genoemd zou zijn naar BAESCOT te Diessen, zou het niet BOESCOT geheten hebben, maar BAESCOT.
De dialectische “verdonkering” van de A-klank komt in de middeleeuwen niet voor, althans niet in ’t schrift of de spelling. Zelfs al zou de vader van Mathijs van Stakenborch BAESCOT bezeten hebben, dan nog zou deze vereenzelviging met BOESCOT onmogelijk zijn. Trouwens: wat is de “Heerlijkheid” BAESCOT?! ’t Is hachelijk zich te bazeren op gegevens uit de pruikentijd met zijn parvenu-achtige “heer van dit” en “heer van dat” voor mensen die een allodiaal goed of een leengoed bezitten. Men verwart heerlijk recht met leenrecht.

Nog eens Boeschot en Baeschot: door A.J. Teychiné Stakenburg

In Jaargang XIII No 6 (november/december 1961) kapittelt F.W. Smulders mij er over dat ik in mijn publicatie “De familie Stakenburg” ten onrechte het goed Boescot onder asten vereenzelvigd heb met de herdgang Baescot in de omgeving van Diessen. Doe interpretatie is voor rekening van de schrijver, daar door mij iets geheel anders is beweerd. Ik heb gesteld dat Mathijs I van Stakenborch van moederszijde de Heerlijkheid Bascot of Boescot onder Hilvarenbeek erfde en dat zijn zoon Mathijs II zich daarnaar Van Boescot ging noemen. Van een goed bij Asten sprak ik niet. Boisc(h)ot was inderdaad een heerlijkheid en is geen verzinsel van een “gepruikte”deftigdoende schrijver! Met terzijdestelling van auteurs als Schutjes en Coppens, naar wie ik in mijn boek volledigheidshalve wel heb verwezen, wil ik nog op een andere auteur wijzen, op wie de beide eerstgenoemde overigens niet kunnen steunen. In zijn “Recueil généalogique de familles originaires des Pays-Bas ou y établies”vermeldt Dumont; “Mathieu de Stakenborch eut en partage le fief de Boischot au territoir de Hilverenberg”(1, 98).
Maar laat ons naar een helderder, meer betrouwbare bron teruggaan, een charter in het archief van Postel’s Abdij d.d. 20 juni 1357 (portefeuille Zomeren). In een geschil tussen Willem van Stakenborch en Jan van Perweys, meester van Postel, stelt eerstgenoemde onder artikel 20; “ Item also te Diest verpaent sraen voor ses hondert schilden en briven van chyns ende heerlycke rechten van Boischot end e van allen dandere goederen aldaer onder Hilverenbeeck ghelegen, toecomende de kinderen van Thieus voorscreven, die sal den meester loschen ende vrymaecken tot hunnen gerive als recht is” Deze acte is o.m. getekend door Magdeleene van Hennegrave weduwe van Thieus van Stakenborgh tot Boiscot. Duidelijker kan het toch wel niet.
Dat er enige samenhang zou bestaan tussen deze Heerlijkheid Boischot onder Hilvarenbeek en de herdgang Baescot eveneens aldaar, ligt dat niet voor de hand? Zijn het niet dezelfde woorden? Betekenen ze niet hetzelfde?
Mathijs II van Stakenborch bezat óók een hoeve Boescot onder Asten; of deze reeds eigendom van zijn vader was, is niet bekend, daar zij eerst in 1369 genoemd worden. Evenmin weten wij wat de relatie is tussen dit goed en de heerlijkheid. Aannemelijk lijkt enig verband echter wel. Waarom zou Boescot niet zijn naam ontleend kunnen hebben aan Boischot? In de charters van Postel komt de naam van de heerlijkheid steeds voor als Bois(s)cot, de bekende schrijfwijze voor klinkerverdubbeling onder Beierse invloed, naast de meer gebruikelijke  “oe” verbinding. Vgl. Oirschot, Oisterwijk, e.d. Boischot en Boeschot zijn identiek; Baescot waarschijnlijk