40. Vastgoed

Slot Stakenborgh (Son en Breugel)

Ten zuiden van Breugel lag vroeger langs de Dommel het slotje Stakenborgh. Het was een van de vele kleine sloten, die vermoedelijk op het einde van de 11e eeuw door familieleden van het geslacht Roovere van Rode langs deze rivier werden gebouwd. Ten noorden van Stakenborgh lag de Sonse watermolen, die aanvankelijk eigendom geweest moet zijn van de heren van Stakenborgh. Ongeveer 1 km ten zuiden van het slotje lag een andere watermolen, nu meestal de molen van Nederwetten genoemd, vroeger echter algemeen bekend als de Hooydonkse molen.

de Stakenborgh (Deurne)

De Stakenborch was een versterkt huis of kasteel in de Nederlandse gemeente Deurne. De Stakenborch stond in het buurtschap Veldheuvel en werd na 1414 ook wel aangeduid als het goed “Ten Einde”. Ver na de Middeleeuwen wordt echter de omschrijving “casteele van Veltheuvel “ nog gebruikt. In de 19e eeuw resteerde nog slechts een boerderijcomplex rond een binnenterrein. In 1962 werd de laatste van deze boerderijen afgebroken voor uitbreiding van het bedrijventerrein Kranenmortel. Gewelfkelders bevinden zich nog onder de verplaatste Liesselseweg.

De Donck (Someren)

De naam Donk wijst op een natuurlijke verhoging in het landschap. Het is een relatief strategische plaats op de route van Heeze naar Someren. Het huis de Donk was gelegen in het gebied de Donk. In het cijnsboek van de heer van Helmond van 1381 is al sprake van Ter Donck, zonder toevoeging of het een kasteel of hoeve betreft. Eigenaar van de Donck in 1381 was Wilhelmus van Stakenborch een van de belangrijkste families in Someren uit die tijd. Wilhelmus werd met twee posten in het cijnsboek opgenomen, te weten de Donck en een perceel genaamd de Leemculen. Hij bezat ook het goed Ter Culen (met als betekenis: bij de kuilen), zodat het vrijwel zeker bij de Leemsculen gesitueerd moet worden. In 1400 is bij de verkoop van de hoeve Ter Culen sprake van een goed Borchberch, waarmee waarschijnlijk de Donck wordt aangeduid. In de Bossche protocollen wordt de Donck in 1422 nog genoemd als een goed dat gelegen was nabij de hoeve ’t Houbroec. Naast de Edelenborg was de Donck in de 16e en 17e eeuw het enige kasteel in Someren

Molen van Tombeek (Overijsse)

De Tombeekmolen was oorspronkelijk een graanwatermolen met onderslagrad op de Lane in Tombeek.
Hij behoorde tot het Domein en werd voor het eerst in 1414 vermeld. Op 16 augustus 1426 werd hij samen met de molen van Rosières verpacht aan Willem van Stakenborch mits levering van 8 mudden koren en 8½ pond was. In 1508 had Jacques Feyten hem in pacht mits 21 mudden rogge, 21 pond was en een cijns van 6 gulden. In 1567 was hij nog in waarde gestegen vermits hij jaarlijks 47½ mudden rogge ter waarde van 95 pond artois en 31½ pond was ter waarde van 4 stuivers het pond opbracht.
De Brusselse papiermakers Foppens vestigden er in de 18e eeuw een papiermolen. Voor 1830 werd het wederom een graanmolen.

Hof ten Hove (Lubbeek)

Een historische plaats

De abdij van St.-Geertrui te Leuven bezat een belangrijk leenboek onder Lubbeek. Uit dit archiefstuk hebben we volgende gegevens geput "Mertyne van Stackenborch, te voren Claes van Stakenborch, haer vader, daer te voren Jacop van hove en daer to voren Jan van hove is man van eenen vollen leene, van huyse ende van hove geheeten thoff ten hove, met sijne toebehoorten, houdende in caateren ende in bempden ontrint cier bunder ende van den bloke voert thoff geleghen, houdende ontrint zes dachmaelen ende drie dachmaelen lants boven dblock geleghen, opt tvijfeyckenvelt. Welck leen Claes ontfangen heeft anno 1500..".
Volgens dit dokument dus werd het Hof ten Hove eertijds te leen gehouden door de van Hove's, nadien door de Stakenborg's. Op die leenopvolging komen we verder in deze bijdrage terug. Belangrijker voor de situering van het hof is de omschrijving van het goed. In de aangehaalde tekst spreekt men eerst van het hof zelf, ongeveer vier bunder groot, dus rond vijf hektare, vervolgens van het blok voor het hof, ongeveer zes dagmaai groot, dit is twee hektare, en tenslotte van drie dagmaal land, dit is een hektare, gelegen boven het blok, op het Vijfeikenveld. Dit Vijfeikenveld is als een kodewoord dat de ontcijfering van het raadsel nader brengt. Genoemd veld, waarvan de naam reeds lang in onbruik is geraakt, lag tussen de Gellenbergstraat en de Broekstraat, ongeveer waar nu het gemeentehuis staat Wetende dat een perceel land van het leen op dit veld gelegen was en dan wel boven het blok, dat op zijn beurt zelf voor het hof lag, is een situering op de oude kadasterkaart mogelijk. Beter dan met een ellenlange beschrijving willen we met een fragment uit de kadasterkaart aantonen, dat het vroegere hof ten hove op het perceel nr. 172, tussen het Slabbaartstraatje en de Molenbeek, gestaan meet hebben. Het perceel nr. 158, tussen het Slabbaartstraatje en de Broekstraat, vormde op zijn beurt het blok voor het hof. Ligging en oppervlakte van deze percelen stemmen inderdaad overeen met de gegevens van het leenboek. In het verloop van deze bijdrage zullen we nog andere argumenten aanhalen die deze hypotese steunen. Wat ons bij deze situering al dadelijk opvalt is dat een merkwaardige aarden opworp, Stakenborg geheten, binnen de perimeter van het hof valt. Het is bovendien op een aangrenzend perceel dat eertijds Romeinse bouwwerken werden blootgelegd. Doch ook hierop komen we verder in deze bijdrage terug.

Een woord over de Stakenborg's

Uit het leenboek van St.-Geertrui weten we, dat na Jakob van Hove, in 1500, het Hof ten Hove als leen overging op de Stakenborg's. Doch ook voordien, einde vijftiende eeuw, kwamen de Stakenborg's als eigenaars reeds te Lubbeek voor . Anderzijds zien we dat de van Hove's als leenmannen in Lubbeek aanwezig blijven, ook nadat ze er het leen Ten Hove niet meer bezaten. Dit alles maakt een klare kijk in de geschiedenis van het hof niet gemakkelijker. Evenmin als voor de van Hove's beschikken we over weinig gegevens omtrent de Stakenborg's. We weten zelfs niet hoe lang ze ten hove in bezit hielden. Tot midden zeventiende eeuw duikt hun naam meermaals op in akten onder Lubbeek.
We vragen ons echter af welke relatie er mag bestaan tussen de familienaam Stakenborg en de plaatsnaam, die de nog bestaande aarden opworp nu nog steeds draagt. Naar onze mening verdween met de van Hove's de hofnaam "Ten Hove" en kreeg met de nieuwe eigenaars het goed zijn nieuwe naam : Stakenborg. Nadat alle bebouwing er verdween, wat in de zeventiende eeuw reeds het geval geweest moet zijn, behield uiteindelijk de alleen overblijvende terp die naam 

Onsenoort (Nieuwkuyk)

Gerlach de Rovere

Blijkens een handschrift van de genealogie van 1266 is deze in 1243 heer van Onsenoort. Hij was gehuwd met Oda, dochter van Jan van Megen.
Wapen de ROVERE: van keel drie antieke gouden molen ijzers, geplaatst 2 en L Helmteken: een toernooihoed van keel, waaruit een uitkomende Brabantse leeuw. De de Rovere's stammen uit de van Rode's, die Heren van Rode (St. Oedenrode) waren. Zij bezaten vele goederen in de Meyerij van Den Bosch, maar tevens in de omgeving van Waalwijk, waar men hen nadien nog in de schepenbanken aantreft. De graven van Rode (infra mosam) droegen het graafschap in het begin der XIIIe eeuw over aan de graven van Gelre, die het eerst in 1231 aan Hendrik, hertog van Lotharingen (Brabant-Leuven) overdroegen
(Gerard van Gelre en zijn zoon Otto). Het heeft er dus werkelijk de schijn van, zoals mij de Heer Ferdinand Smulders terecht opmerkte. dat er wrijving is geweest tussen de graven van Rode en Brabant. Ook de St. Michielsmannen (in St. Michielsgestel. Esch. Liempde. etc.) behoorden reeds in 1200 aan de graaf van Gelre. De Berthouten uit Mechelen hadden ook veel bezittingen in het noorden van het tegenwoordige Noordbrabant. en wel in de XIIIe eeuw. Voor hen is het reeds lang bewezen. dat zij lang gevochten hebben tegen het Brabantse Huis om hun allodiale goederen intact te bewaren. Het is dus zeer goed mogelijk dat bovengenoemde Gerlach de Rovere. Onsenoort en de andere plaatsen als “vrijgoed" in zijn bezit had. Maar nadien treft men talrijke de Rovere's aan als trouwe leenmannen van de Hertogen van Brabant

Stakenborg te Gendringen

door: Ben Hendriks

Middeleeuws versterkt huis
Dichtbij de Aa-strang in de buurtschap Voorst ten oosten van Gendringen ligt de boerderij de Stakenborg, die in het verleden ook wel Starckenborch werd genoemd. De Aa-strang is een wetering, die uit Duitsland komt en enkele kilometers naar het westen in de Oude IJssel uitmondt.

Hertog van Gelre
In zijn boek 'De hertog en zijn burchten' (Zaltbommel, 1976), meldt de auteur, K.A. Kalkwiek, dat de hertog van Gelre de Starckenborch in het jaar 1402 tot een open huis maakte door het huis in leen uit te geven. Dit moet aan een lid zijn geweest van de heren van Ulft, die destijds het huis in bezit hadden. Hiermee liet de hertog van Gelre zijn macht gelden. Hij 'naastte' als het ware het huis door de eigendom daarvan over te nemen en gaf het dan in leen terug aan de oorspronkelijke eigenaar. De hertog beloofde dan zijn bescherming aan zijn leenman, maar die op zijn beurt moest de hertog te allen tijde toelaten tot zijn huis en hem ondersteunen in gevallen waarin de hertog dat nodig had, bijvoorbeeld als de hertog ten strijde trok. De leenman diende zich dan beschikbaar te stellen met manschappen, paarden en wapens.

Bewoners
Er zijn verscheidene families geweest die in de loop der tijden de heren van Ulft zijn opgevolgd. Dit waren onder andere de families Van Aeswijn en Marverinck. In 1661 werd G. van Ansum op zijn verzoek van de leenplicht met betrekking tot de Stakenborg ontslagen.
In de roerige jaren  omstreeks 1672 schijnt de hele streek en ook de Stakenborg behoorlijk geleden te hebben onder plunderingen en brandschattingen van Munsterse soldaten.
De familie Van Hal werd in 1724 eigenaar van de Stakenborg en oefende hier het boerenbedrijf vele eeuwen uit.

Versterkt stenen gebouw
Het is verleidelijk om bij de oude naam Starckenborg te denken aan een forse sterke burcht, zoals bijvoorbeeld de kastelen De Wildt en de Wesenthorst dat waren. De naam zal niet meer betekend hebben, dan dat het bij dit gebouw ging om een enigszins versterkt stenen gebouw. Gewone huizen werden in die tijd niet opgetrokken in steen, want dat was veel te duur, maar hun muren waren gemaakt van een vlechtwerk van hout, dat met klei werd aangesmeerd.
Als je het gebouwencomplex van de Stakenborg goed bekijkt kun je duidelijk waarnemen dat het gebouw op de zuidoosthoek het oudste gedeelte vormt. Die toren was vermoedelijk een spieker. Een spieker was oorspronkelijk een van steen gebouwde korenopslagplaats, waarin ook woonruimte aanwezig was. Het koren werd in de benedenverdieping opgeslagen. Daarboven was de woonruimte. Boven de woonruimte bevond zich nog een grote zolderruimte. De andere gebouwen zijn in het begin van de negentiende eeuw tegen de toren aangebouwd en vervingen waarschijnlijk oudere gedeelten.

Gemeentelijk monument
In 2017 was een architectenbureau doende om het gehele complex te restaureren en geschikt te maken voor een nog te vinden nieuwe bestemming. Ook de brug over de gracht werd opnieuw opgemetseld.
De Stakenborg is een gemeentelijk monument, wat ook blijkt uit het fraai uitgevoerde monumentenschildje van de gemeente Oude IJsselstreek dat op de achtergevel van de boerderij, naast de dubbele deuren is aangebracht.

De Mansio van Willem Stakenburg

(tussen Hinthamerstraat 124 en 126 ’s-Hertogenbosch)

Uit: Grote huizen in en bij de Hinthamerstraat

Een complex dat mansio werd genoemd was dat van Willem van Stakenburg. Ook deze mansio lag tegenover het Klarenklooster over het water. Waarschijnlijk gaat het hier om bebouwing achter de Zusters van Orthenpoort. Al vóór 9 januari 1398 was het goed bij een erfdeling in tweeën gesplitst. Hierbij was het voorste deel aan Willems zoon Hendrik en het achterste deel aan diens broer Reinier ten deel gevallen. Op genoemde datum verkocht Reinier het achterste deel aan Hendrik. Op 31 december 1399 droeg Hendrik beide delen over aan zijn zuster jonkvrouw Margriet van Stakenburg, weduwe van Jan van Kessel. Het voorste deel lag aan het water en strekte zich uit tot aan zekere palen. Dit voorste deel was aan Hendrik bij een erfdeling toebedeeld. Het achterste deel strekte zich uit vanaf palen tussen het achterste deel en het voorste deel tot aan het water. Uit het voorste deel van het goed werd een gouden oude penning aan zijn zuster jonkvrouw Mechteld van Stakenburg betaald.

Bezitters:
Willem van Stakenburg
zijn erfgenamen deling vóór 09-01-1398 »
voorste deel: Hendrik Willemsz. van Stakenburg
achterste deel: Reinier Willemsz. van Stakenburg 09-01-1398 »
Hendrik Willemsz. Stakenburg hele goed 31-12-1399 »
zijn zuster Margriet van Stakenburg, weduwe van Jan van Kessel

Wat er hierna met de mansio is gebeurd, is niet duidelijk. Het voorste deel moet weer in handen zijn gekomen van Hendrik. Op 21 juni 1407 verkocht en transporteerde hij het aan Goiart Sceyvel, zoon van wijlen Goiart Sceyvel, met uitzondering van een cijns van één aude scilt en de last om de brug over het water te onderhouden. Het voorste deel werd door Goiart Sceyvel op 8 november 1421 overgedragen aan Tielman van den Doren. Op 24 maart 1446 droeg deze het vruchtgebruik over aan zijn zonen Tielman en Hendrik. Hendrik – niet samen met Tielman! – droeg hierop het complex over aan de zusters van Orthen. Het goed werd gesitueerd over het water tussen erf van Gosen Steenweg en erf van Klaas Schilder. Tot het goed behoorde een poort, bebouwing en het gebruiksrecht in de weg van de Hinthamerstraat naar het achterste deel van de mansio.

Bezitters voorste deel:
Hendrik Willemsz. van Stakenburg 21-6-1407 »
Goiart Goiartsz. Sceyvel 08-11-1421 »
Tielman van den Doren 24-03-1446 vruchtgebruik »
zijn zonen Tielman en Hendrik
Hendrik van den Doren 24-03-1446 »
zusters van Orthen

Het achterste deel
Als gezegd verkocht Reinier zoon van Willem van Stakenburg het achterste deel van de mansio van zijn vader op 9 januari 1398 aan zijn broer Hendrik. Het strekte vanaf de palen geslagen tussen het achterste en het voorste deel, aan Hendrik zoon van Willem toebehorend, naar achteren tot aan het openbare water. Er hoorde het recht toe op een weg strekkend over het voorste deel. Het achterste deel met de weg over het voorste deel van de mansio werd op 10 januari 1403 door Hendrik van Stakenburg getransporteerd aan ‘jonkvrouw Margriet van Kessel, dochter van wijlen Willem van Stakenburg. Het eeuwigdurend recht in de weg van de Hinthamerstraat naar de mansio droeg Hendrik op 12 juli 1406 ook weer over aan jonkvrouw Margriet. Deze weg werd gesitueerd tussen erf van wijlen Dirk van Steenre en tussen erf van wijlen Willem Tolner (zie het hiervóór behandelde proces). De bezitters van het erf van jonkvrouw Margriet en van het erf van Hendrik zouden voortaan de brug over het water op gezamenlijke kosten onderhouden. Op 31 december 1415 droeg Margriet het achterste deel over aan Klaas Loenman, zoon van wijlen Hendrik Loenman. Uit dit deel gingen toen de hertogcijns van 4 oude groten, 2½ oude schilden aan Mechteld van Kessel en een cijns van 10 pond die Klaas Loenman dezelfde dag had beloofd. Deze cijns werd op 30 maart 1422 door Margriet met het recht dat Reinier
zoon van wijlen Willem van Stakenburg daarin had, overgedragen aan der maghede gasthuys dat wijlen heer Jan van Orthen had gesticht.1

Bezitters achterste deel:
Reinier van Stakenburg 09-01-1398 »
zijn broer Hendrik van Stakenburg 10-01-1403 »
zijn zuster Margriet 31-12-1415 »
Klaas Hendriksz. Loenman
??
zusters van Orthen